Honden doen een appèl op hoe je je tot de ander verhoudt, en dan uitvergroot. Je kunt er niet omheen!

Het gegeven was spannend vooraf. Dit heeft denk ik ook te maken met hoe ik tot dan toe mij tot honden heb verhouden. Voor mij zijn het altijd enigszins indrukwekkende, soms intimiderende, soms charmerende dieren. Oftewel nogal direct in het contact. Ik had altijd het gevoel dat ik er iets mee moest. Ze doen een appèl op hoe je je tot de ander verhoudt, en dan uitvergroot. Je kunt er niet omheen! En dat is voor mij lastig, want 1 van mijn patronen is dat ik ergens lekker omheen ga en dan als het veilig of neutraal is wel een keertje kom.

Wat er voor mij goed aan was, dat ik dus maar in het diepe moest springen en dan ook nog voor een publiek.

Dat publiek vond ik wel bedreigend, het gevoel af te kunnen gaan. Want misschien rent die hond wel een heel andere kant op of zoiets. En je voelt wel dat er iets kwetsbaars zichtbaar wordt, terwijl je dan aan het aanmodderen bent met die hond. Vervolgens kreeg ik een kleine jubelstemming, zo van yes, wat leuk!

Ook steeds tussendoor het gevoel dat het een eer is dat een hond mij leuk vindt, dat een dier belangstelling voor me heeft en iets met me wil. Het is een vorm die snel helpt te verduidelijken. Irene was rustig, tegelijk veilig en toch ruimte gevend en de tijd gevend om iets zich te laten ontwikkelen.

Mia Zeevalking, orthopedagoog en auteur van het boek ‘Autisme: hoe te verstaan, hoe te begeleiden?’